Een donkere klim naar de top van Pidurangala Rock (Dutch)

Het is kwart voor vier ’s nachts. Ik zit in het pikkedonker voor mijn hostel in Dambulla, wachtend op de tuktukchauffeur waarmee ik de dag ervoor had afgesproken dat hij me vannacht zou op komen halen. Met wat geluk heb ik misschien net een uurtje slaap kunnen vatten voordat de wekker van mijn telefoon door de gedeelde slaapruimte galmde (tot ergernis van mijn kamergenoten). “Sorry guys,” had ik moeten fluisteren, terwijl ik ietwat onhandig uit het bovenste stapelbed naar beneden klom.

Normaal is vroeg opstaan niet mijn ding, maar vandaag is een speciale dag. Ik ga op het mooiste tijdstip van de dag en op de mooiste plek op Sri Lanka de leeuwenrots van Sigiriya zien: bij zonsopkomst bovenop Pidurangala Rock.

Waarom ik Pidurangala Rock verkies boven het beklimmen van de populaire Leeuwenrots, is simpel: de leeuwenrots is een van de meest drukbezochte plekken in Sri Lanka. Dat houdt in dat er een lange rij staat en dat je de hoofdprijs moet betalen. Terwijl je €25,- betaalt voor de Leeuwenrots, kost Pidurangala maar €3,-. Daarnaast is het erg druk op de Leeuwenrots en dus niet bepaald een onbegaan pad.

Maar het allerbelangrijkste is dat het uitzicht vanaf Pidurangala volgens veel locals ook nog eens een stuk mooier is en het wordt dan ook door iedereen aangeraden. Zo ook mijn chauffeur, die exact om vier uur ’s ochtends aan komt rijden.

Voor het eerst zie ik de wegen van Sri Lanka in het pikkedonker. Of beter gezegd: ik zie niets. Tot mijn verbazing zijn er al veel meer mensen op de weg dan ik verwacht had. Dat zijn dan echter wel de openbare wegen, want als we op een gegeven moment een bocht naar rechts maken, rijden we door een olifantenpaadje midden in de rimboe waar niemand om ons heen is. Alleen ik, mijn chauffeur en de natuur. Hij rijdt hier en daar erg langzaam, want de gaten in de weg zijn soms zo groot, dat je er een hele tuktuk in kwijt zou kunnen.

Ik mag van geluk spreken met mijn chauffeur, want hij omzeilt de gaten behendig. Terwijl hij dat doet, vertelt hij over de omgeving. Volgens hem is het hier heel mooi. Ik moet hem op zijn woord geloven, want het is te donker om dat nu al te kunnen zien. Het voelt wel erg onwerkelijk om door een prachtig landschap rondgereden te worden zonder enig idee te hebben van hoe het eruitziet. Meestal gaat het natuurlijk andersom: je ziet een prachtige berg of een mooi natuurgebied en met de informatie die je van je zintuigen krijgt, beoordeel je de omgeving. Nu is het nog maar een zwart deken dat zich later zal onthullen.

WhatsApp Image 2019-03-10 at 18.26.30 (1)

Alleen ik, de duistere natuur, de bergtop als doel en het lampje van mijn mobiel

Na de donkere tocht door de bossen en de hobbelige wegen, komen we aan bij een parkeerplaats aan de voet van de berg. Mijn chauffeur parkeert de tuktuk en wijst naar de top. “Daar moet je wezen”, zegt hij. “Ik wacht hier op je.” Vroeger zou hij met me mee zijn gegaan, maar hij is niet goed ter been meer. Hij hinkt naar een van de andere chauffeurs die geparkeerd staat om een praatje te maken. Ik laat hem achter en begin te lopen.

Om boven op de vulkanische berg te komen, is flinke inspanning nodig. Al zijn de treden van de trappen in het eerste deel erg onregelmatig, is dat nog goed te doen. Het pad is op veel plekken echter niet verlicht, dus moet ik bijschijnen met de zaklamp van mijn mobiel. Ik ben vooral bezig met het kijken naar mijn voeten, goed oplettend dat ik niet ergens struikel of nog erger: op een beest stap. Er leven namelijk wel exotische slangen en spinnen in dit gebied.

Niet geheel onbelangrijk is dat ik op dit moment van mijn reis mijn schoenen ben kwijtgeraakt. Ik ben er vrij zeker van dat die nog in het hostel van mijn vorige bestemming Kandy liggen. Daarom maak ik deze klim op mijn slippertjes, wat ik niemand zou aanraden. Het eerste stuk valt nog mee, maar op het laatst moet je redelijk behendig zijn om bovenaan te komen en een paar goede wandelschoenen helpen daarbij goed.

Terwijl ik doorstap, hoor ik ineens geritsel. Ik verstijf. Ik ben op dit moment alleen en kan enkel hopen dat er binnen een paar minuten wat toeristen aan komen lopen. Ik schijn met mijn zaklamp om me heen en focus me op waar het geluid vandaan komt. Dan voel ik een donzige vacht langs mijn been. Ik schrik en schijn mijn lamp op mijn been. Er staat een wilde hond met een witte vacht naast me. Hij kijkt me schaapachtig aan, er is geen dreiging in zijn ogen.

Al blijft het altijd aftasten met wilde dieren, is dit toch een opluchting. Wilde honden zijn hier over het algemeen niet zo gevaarlijk. Op Pidurangala barst het sowieso van de honden, zelfs helemaal bovenop de rots, kom ik later achter. Als ik doorloop, komen er gauw meer nieuwsgierige honden op me af en lopen ze achter me aan naar boven.

Vlak voor de top kom ik aan bij een 12,5 meter breed liggend standbeeld van Boeddha die zich met zijn halfgesloten ogen in het Nirwana waant. Het standbeeld is helaas in de jaren “60 deels vernield door jagers, waarbij het hoofd is verwijderd. Inmiddels is het gerenoveerd, maar het verschil tussen de nieuwe en de oude stenen is zelfs in het donker heel duidelijk te zien. Dat is met opzet gedaan om men ervan bewust te maken dat als geschiedenis niet onderhouden wordt, het ten prooi kan vallen van mensen met verkeerde bedoelingen.

Dit is de perfecte plek om even uit te rusten en alvast uit te kijken over het oerwoud beneden en de Leeuwenrots in de verte. Het is nu nog een schim onder de sterrenhemel, maar ik kan me al een kleine voorstelling maken van hoe het eruit moet zien als straks de zon opkomt. Met mijn roedel honden om me heen kijk ik de verte in. Ik loop een stukje verder, maar hier lijkt het te stoppen. De rotsen zijn zo stijl, dat het eerder een blokkade lijkt te zijn dan een weg omhoog.

Dan hoor ik achter me twee toeristen aan komen lopen met een gids. De gids gebaart dat ik toch echt de klim zal moeten maken om helemaal boven te komen. Ik laat ze erlangs en volg het drietal. Het is makkelijker om met blote voeten te klimmen dan met mijn slippers aan, dus trek ik ze uit en hang ik ze aan mijn armen.

De klim is drastisch veranderd van een paar simpele trappen in een hindernisbaan naar boven toe. Vooral de allerlaatste rots die je moet beklimmen is de grootste uitdaging. Denk aan niveautje rotswand beklimmen zonder zekering op redelijke hoogte. De gids die ik ben gaan volgen laat ons echter goed zien hoe we dit obstakel moeten trotseren.

WhatsApp Image 2019-03-09 at 13.41.01 (1)

Een uitzicht dat oneindig lijkt

Het is zwaar als je enkel een uurtje geslapen hebt, maar eenmaal boven kun je niet anders dan inzien dat die klim het meer dan waard is geweest. De top is verbluffend om te zien: een panoramaview van het oerwoud onder me verrast mijn gezichtsveld. Het is nog te donker om alles te kunnen zien, maar het landschap lijkt oneindig lang door te gaan.

Hoe meer tijd verstrijkt, hoe lichter het wordt. Het is bijna een magisch moment om mee te maken. Alsof een theaterstuk op het punt staat gespeeld te worden, waarbij de spotlights heel langzaam het nog pikzwarte podium verlichten. De lucht kleurt eerst donkerblauw, vloeit over in paars en wordt daarna rood en geel.

Al is de lucht een theaterstuk op zich, is dat nog niet eens het meest bijzondere hieraan en zelfs de Leeuwenrots, hoe indrukwekkend en prachtig die ook is, is niet hetgeen wat het meeste bijblijft. Het is het oneindige uitzicht dat zich openbaart als je bovenop de rots loopt. De jungle die maar door blijft gaan terwijl de zon stukje bij beetje meer ervan onthult. Dat en de vele honden die er rondlopen. Hoe ze er gekomen zijn, is me nog altijd een raadsel, maar ze lijken daar prima te kunnen vertoeven. Een klein microbosje bovenop de rots dient als hun onderkomen, een plek waar jaren geleden een boeddhistische stupa stond. Iedere ochtend worden zij wakker op deze manier. Iedere ochtend de magische sterrenhemel die alle regenboogkleuren afgaat voordat het oneindige uitzicht zich aan hen ontleent, als heersers van de jungle daar beneden.

Alhoewel dit tot nu toe nog een redelijk onbegaan pad is, ben ik absoluut niet de enige hier en het aantal toeristen wordt, naar mate de tijd verstrijkt en het steeds lichter wordt, dan ook steeds groter. Dat is voor mij het teken dat ik weer verder moet.

De gids die me hielp om de berg op te komen wijst me nog op een aantal aanwijzingen op de stenen langs een paar trappen. Volgens hem laat het kleurverschil in het steen zien dat in dit stukje van de rots vroeger mensen hebben geleefd. Volgens hem waren het waarschijnlijk boeddhistische monniken. Die waren na hun verblijf op de Leeuwenrots hierheen verhuisd toen koning Kasyapa in de vijfde eeuw daarvan zijn paleis maakte.

WhatsApp Image 2019-03-10 at 18.26.30

Sigiriya ontwaakt

Ik rij terug naar mijn hostel in Dambulla en ik moet het de chauffeur nageven: de omgeving is inderdaad prachtig. Kleurrijke vogels staan aan een kanaaltje langs de weg, terwijl aan de overkant in de bossen aapjes achter elkaar aanrennen. Een krokodil ligt maar een klein eindje van de aapjes verwijderd met zijn bek open te zonnen.

Tien minuten later komen we langs een waterplas gereden waar een olifant zichzelf staat te wassen. Ik vraag aan de chauffeur of hij zijn tuktuk even aan de kant kan zetten zodat ik wat foto’s kan maken. Eenmaal uitgestapt, zie ik het machtige, grote dier een stuk beter. Hij duikt onder het water, schudt op en neer en wanneer hij boven komt, gooit hij zijn slurf in de lucht en doucht hij in zijn zelfgemaakte fontein. “Zoiets wat je normaal alleen in films ziet,” zou Guus Meeuwis hebben gezongen.

Mijn chauffeur is ook uitgestapt. Hij staat bij wat lijkt een stukje gras langs de weg en gebaart me om naar hem toe te komen. Hij wijst naar een klein plantje, wat op het blote oog niet meer is dan een stukje onkruid. “touch it,” zegt hij. Ik buig naar het plantje toe, me afvragend wat er zo bijzonder aan is. Dan, als ik mijn vinger erlangs laat glijden, klapt het plantje langzaam ineen. Mijn chauffeur lacht. “We call it a sleeping plant,” zegt hij. De officiële benaming is mimosa. Het is voor het eerst dat ik er eentje aanraak en al is het zoiets simpels en kleins, toch doet het wat met me. Zeker als ik me besef dat dit in Nederland met een hoop temperatuurregelaars heel misschien in een kas zou kunnen groeien, terwijl het hier gewoon langs de weg staat.

En dat is Sri Lanka in een notendop, als je het mij vraagt. Je gaat naar een plek toe die je wil zien en je wordt verrast met nog veel meer, wat de ervaring nog zoveel rijker maakt. Je maakt nooit datgeen mee waar je voor kwam of wat je verwachtte, maar je krijgt altijd nog een schepje erbovenop. Dit is Pidurangala, maar ik heb meer verhalen van dit land waarbij ik met alles wat ik deed beloond werd met veel meer dan wat ik had durven te dromen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s